De eerste die ik ontmoet in contact met een ander, ben ik zelf….
Ik neem waar, ik neem voor waar aan. Dat is niet goed of fout. Het kan pas fout gaan als wij ons daar niet van bewust zijn. Zeker voor mensen die met mensen werken.
Het is al een eeuwenoude discussie of de essentie van ons leven start met ik of met de ander. Opvallend vond ik Ilja Leonard Pfeiffer die in het tv-programma Zomergasten de heldere uitspraak deed: “Vrijheid is geen vrijheid als die gebaseerd is op egoïsme. Het kan alleen vrijheid zijn als je bij alles wat je doet eerst aan de ander denkt.” Pfeiffer is geraakt door corona en vindt steeds meer houvast in de werkelijkheid om hem heen. Dat vind ik mooi en herkenbaar. Als theoloog ben ik bovendien gepokt en gemazzeld in betekenis vinden in het ‘gelaat van de ander’.
Alleen ik wil uit de of-of van ik of de ander. Het starten bij de ander kan een vluchtheuvel voor het ego zijn. Het starten bij ik hoeft niet ego-istisch te zijn. De kern van ons mens-zijn, ligt mijns inziens in het midden van ik en jij, in het wij.
Ik train mensen om met twee vleugels te vliegen. Autonomie, het begint bij mij, staat altijd in verbinding met kwetsbaarheid, hou kan ik mij tot jou en anderen verhouden?
Geven en ontvangen lopen door elkaar. Als ik niet aanneem wat er is, heb ik weinig of niet te geven.
In de verbinding tussen mij en anderen – in wederkerigheid – ontstaat slagkracht van de vleugels. Dat is niet zweverig, Dat vraagt oefening en training. Ga je mee op trainingskamp?